Ik had onwijs zin in iets anders. Na meer dan 180 blogs over wat mij bezighoudt, kreeg ik ineens zin in het schrijven van een verhaal. Of ik er in zal slagen een goed doortimmerd verhaal neer te zetten? Geen idee! Maar het lijkt mij leuk om het eens te proberen en daar mag iedereen deelgenoot van gemaakt worden.

Van alle verhaaltjes, die samen het ‘Een Aalsmeers moordverhaal’ vormen, plaats ik hier ook de linkjes. Op die manier hoeft niet gezocht te worden in de enorme verzameling blogs. Ik plaats ze in omgekeerde volgorde, dus de meest recente staat bovenaan. Voor de die-hard lezers staat onder de linkjes het hele verhaal gepubliceerd, voor zover dit geschreven is.

Hopelijk veel leesplezier!

https://scherpzinniger.nl/2023/09/een-aalsmeers-moordverhaal-deel-3/

https://scherpzinniger.nl/2023/09/een-aalsmeers-moordverhaal-deel-2/

https://scherpzinniger.nl/2023/09/een-aalsmeers-moordverhaal-deel-1/

Deel 1

Het zicht op de watertoren was die ochtend voor Bianca en Heleen eentje die niet zo snel van hun netvlies zou verdwijnen. Terwijl zij stevig doorstapten op het Surfeiland, richting boei, tijdens hun wekelijkse vroege ochtendwandeling en de Poel nog in nevelen was gehuld, ontwaarde Bianca als eerste een bungelend voorwerp hoog aan de buitenzijde van de watertoren. Het was al licht, maar gezien de hoogte van het voorwerp was het moeilijk te identificeren. “Leen, zie je dat, wat is dat? Wat hangt daar?”, wijzend naar een plek op de watertoren vlak onder de trans. Leen, zoals Heleen door goede vrienden en familie wordt genoemd, kneep haar ogen samen en tuurde door haar wimpers naar de plek waar Bianca naar wees. Ook zij ontwaarde een vorm die je daar niet zou verwachten. Het object was langwerpig, misschien wel bijna twee meter, en bungelde verticaal langs de watertoren.

Het was nog stil op straat en de kruitdampen van het jaarlijkse vuurwerkspektakel waren waarschijnlijk nog maar net opgetrokken of weggeblazen door de wind. De dranghekken en de VIP-tent stonden nog op het voorterrein van de watertoren, het baken van Aalsmeer. Blikjes, flesjes en andere rommel waren medegetuigen dat hier zeer recent iets feestelijks heeft plaatsgevonden.

Het vuurwerk was weer prachtig, beide dames hadden het ook dit jaar weer kunnen aanschouwen. Het was deze editie echter iets anders dan anders verlopen. Er waren wat haperingen en het vuurwerk moest een paar keer opnieuw opgestart worden. Een kniesoor die daar een punt van maakte. Het was weer geweldig en zeikerds zullen altijd zeikerds zijn. Maar de mijmeringen van beiden werden onderbroken door de aanblik van iets dat je niet zo snel zou verwachten aan de watertoren.

“Het zal toch geen…”, Bianca slikte haar eigen woorden weer in. Dit is Aalsmeer, een stom dorp, weet je wel. Hier gebeuren geen rare dingen. “Nou Bianc, ik weet het niet hoor, ik krijg er kippenvel van. Het voelt niet goed, waar ik tegenaan sta te kijken”.

Ze waren nog steeds de enige op straat. Zaterdagochtend, wie gaat er nu lopen om half acht ´s morgens? Het voelde niet oké, maar wat moesten ze doen? Om hulp roepen? Of toch maar 112 bellen? En dan? Voor gek staan omdat er niets aan de hand is? Maar wat als er wél wat aan de hand is. Maar wat als hun beider angst wordt bewaarheid, en er geen ‘object’ of ‘voorwerp’ aan het baken van Aalsmeer bungelt, maar een lijk? Ze schrikken van hun eigen gedachten, maar besluiten toch de politie in te schakelen. Want wat er ook hangt, ongewoon is het sowieso.

Hoewel het netwerk P2000 onder andere in het leven is geroepen voor een meer beveiligd berichtenverkeer, begon het langs het Waterfront langzaamaan wat drukker te worden. Het was inmiddels rond de klok van 09:00 uur en er verschenen zelfs wat bootjes op het water om het object aan de watertoren dichterbij te kunnen naderen. Behalve de gebruikelijke ramptoeristen, waren uiteraard ook de plaatselijke persmuskieten aanwezig en druk in de weer met hun camera’s. De tweede ploeg, Brian en Mo, hadden zich opgesteld bij het hek dat toegang geeft tot het terrein rondom de watertoren. En zij waren daar niet alleen maar aanwezig, maar observeerde aandachtig de mensen die kennelijk op het portofoonverkeer waren afgekomen. Het zou niet voor het eerst zijn dat een dader zelf ook even polshoogte kwam nemen van de gang van zaken op of rond de plaats delict.

Met toch wel trillende handen graaide de doorgaans nuchtere Bianca in de zakken van haar jas op zoek naar haar mobieltje. Na een zoektocht vond ze het ding uiteindelijk in haar broekzak. Terwijl Bianca het nummer 112 intoetste, had ook Heleen haar mobieltje gevonden en stond ondertussen foto’s te maken van het ongebruikelijke uitzicht op de watertoren. Bij het bekijken van de gemaakte foto’s groeide haar afgrijzen. Bij het enigszin vergroten van de foto’s bleek het voorwerp wel degelijk menselijke vormen te hebben. En zo ontwaarde zij ook een touw of kabel van het hek op de trans naar het voorwerp.

“Ja hallo, u speekt met Bianca Eveleens. Ik wil graag een melding doen van iets raars. Het lijkt alsof er een dood persoon aan de Aalsmeerse watertoren hangt.”

Bianca en Heleen gaan er maar even bij zitten, daar bij de boei. Gebiologeerd kijkend naar het lijk (?) aan de watertoren. “Wat het ook is, gisteravond zag de watertoren er toch gezelliger uit met die projecties”, sprak Heleen. “Ja Leen, dat kun je wel zeggen, ja”. En zo wachtten de dames op de politie en de dingen die komen gaan.

Deel 2

Het was nog vroeg en Nick en Petra zaten nog aan de koffie, nadat zij net waren overgedragen door de nachtploeg. Ondanks het jaarlijkse vuurwerk in Aalsmeer was het betrekkelijk rustig gebleven in de regio. Nick, Aalsmeerder in hart en nieren, was zelf ook als bezoeker bij het vuurwerk wezen kijken. Petra, een echte ‘Kwakelaar’, had er niet zoveel mee en had andere dingen aan haar hoofd. De Kwakelse Kermis kwam er tenslotte ook aan.

De twee zaten wat koetjes en kalfjes uit te wisselen. Waarschijnlijk zou het een rustige dienst worden, en was het plan om na hun bakkie cafeïne een eerste ronde te gaan rijden. Tót de radio begon te piepen en te kraken. De alarmcentrale, er was een vreemd voorwerp door voorbijgangers gesignaleerd, hangend aan de watertoren van Aalsmeer.

“Gatverdamme, vroeger hadden we het bij wijze van spreken lopend af gekund vanaf de Dreef, maar nu moeten we die idiote Kasteleinweg over, lekker slalommen over de rotondes”, was Nick zijn eerste reactie. Het politiebureau was tenslotte gesitueerd in Uithoorn. “Welke pennenlikker heeft dát bedacht”, vervolgde hij zijn gemopper. “Kom op, sla je koffie achterover, we gaan even een kijkje nemen. Het zal wel niets zijn, maar dan hebben we het maar gehad en kunnen we gelijk onze ronde doen”, reageerde Petra.

De beroepspartners stapten in hun voertuig en togen richting Aalsmeer. De signaleringen bleven uit, geen haast, dus geen ‘toeters en bellen’. De alarmcentrale had doorgegeven dat de voorbijgangers die alarm hadden geslagen, twee dames waren die op een bankje op het Surfeiland zouden blijven zitten tot Nick en Petra arriveerden. Aangekomen bij het Waterfront was er aan de watertoren zelf niets afwijkends te zien. Ze reden door naar het Surfeiland, parkeerden het dienstvoertuig en namen de benenwagen naar de boei aan het eind van de pier, waar inderdaad twee figuren op een bankje ontwaard konden worden. Wat ook ontwaard kon worden was een langwerpig figuur aan de waterzijde van de watertoren, hangend vlak onder de trans. Genoeg redenen om via de alarmcentrale om versterking te vragen.

De dames zaten nog steeds op het bankje toen Nick en Petra het eind van de pier bereikten. Na het uitwisselen van oppervlakkige beleefdheden hadden Nick en Petra vooral veel vragen voor Bianca en Heleen. Hoe laat hadden ze het voorwerp aan de watertoren ontdekt? Wat deden ze daar op dat tijdstip? Waarom waren zij juist op het Surfeiland?

In de verte klonken de voor Nick en Petra vertrouwde klanken van politiesirenes, die rap dichterbij kwamen. Mooi, de tweede ploeg was bijna ter plaatse. De instructie luidde om de watertoren te betreden om te zien wat er nu eigenlijk aan de watertoren bungelde. De alarmcentrale had ook iemand van ‘Stichting Beheer Watertoren Aalsmeer’ weten te bereiken, zodat het gebouw geopend kon worden. Het is en blijft een monument, en ook de blauwe arm is er niet op uit om daarvan iets te slopen door bijvoorbeeld een deur te moeten forceren.

Dirk Maarssen, in het bezit van de benodigde sleutels, stond de dienders al op te wachten. Kennelijk woont hij dichtbij én was hij zijn bed al uit. Het voertuig van de tweede ploeg arriveerde en parkeerde voor het inmiddels geopende hek van het voorterrein van de watertoren. De tent van de festiviteiten van de avond ervoor stond er nog. Er was goed gefeest, aldus allerlei stille getuigen. Daar kwamen de agenten echter niet voor en verzochten Dirk de deuren van de watertoren te openen. Vóór zij het pand betraden drukten zij Dirk op het hart niets aan te raken en vooral ook niet rond te lopen op het terrein, maar ook niet in de watertoren.

De ploeg, bestaande uit Amsterdammers Brian en Mo, begonnen aan hun tocht over de 214 treden naar boven. Het laatste stukje was even wurmen door de smalle kooiconstructie, maar uiteindelijk bereikten ze de trans. Het uitzicht was inmens en fenomenaal. De heren moesten zich echter snel herpakken, ze kwamen tenslotte niet voor het uitzicht. Aan de waterzijde van de toren was een touw bevestigd aan het hek op de trans, welke naar beneden liep. Het touw stond strak en naar beneden kijkend bleek er inderdaad iets aan te hangen. En niet zomaar iets. Vanaf de trans was heel goed te zien dat het om een ogenschijnlijk levenloos mens ging. Een lijk.

Brian nam via de portofoon contact op met de eerste ploeg. “Hey jongens, er hangt hier een lijk. Over.”

Deel 3

Met een “Begrepen. Ik bericht de AC. Over”, reageerde Petra op het bericht van de ploeg op de watertoren. “Potverdikke”, dacht ze, “niks geen rustige dienst, dadelijk wordt het circus opgetuigd”. Uiteraard hoorden ook collega Nick en voorbijgangers Bianca en Heleen de berichtgeving via de portofoon.

“Voertuig 8028 voor alarmcentrale, voertuig 8028 voor alarmcentrale. Over.” “Alarmcentrale voor voertuig 8028, zegt u het maar. Over.” “Aan de watertoren te Aalsmeer lijkt een dood persoon te hangen, graag de Forensische Recherche en een Forensisch Arts ter plaatse laten komen. Over.” “Forensische recherche en een forensisch arts ter plaatse laten komen. Gaan we regelen. Over.” “Dank. Over en sluiten.” Het circus kon beginnen. Tot de opgeroepen diensten/functionarissen ter plaatse waren, konden de aanwezige dienders even niet meer doen dan ervoor zorgen dat het plaats delict niet betreden en/of beroerd zou worden.

Bianca en Heleen waren door alle gebeurtenissen flink van slag. Een onschuldige wandeling op de vroege zaterdagochtend lijkt te eindigen in een nachtmerrie. Of toch in elk geval in een wel heel onverwachte situatie. “Is het al tijd voor een borrel?”, grapte Heleen. “Een sterke bak koffie zou voor mij al voldoende zijn”, reageerde Bianca. “Leen, wie zou het kunnen zijn, die daar hangt?” “Al was het de Paus, ik wil onderhand wel naar huis”, was de reactie van Heleen, en richting de agenten: “Mogen wij weer weg, hebben jullie ons nog nodig?” Nick: “We moeten julle verklaringen nog opnemen, maar dat kan straks op het bureau in Uithoorn. Daar is nu niemand, dus we wachten eerst even de komst af van de forensische experts.

De portofoon van ploeg twee kraakte “Oplettendheid geboden aan de waterzijde van de watertoren. De schipper van een bootje doet pogingen om aan te meren bij de watertoren. Over.” “Bootje aanmeren, watertoren. Begrepen, we gaan kijken. Over en sluiten.” Mo, overlegde met zijn collega Brian en maakte aanstalten om naar de voet van de watertoren te lopen, te weten aan de waterkant. Op dat moment arriveerde de forensische recherche, met de arts in hun kielzog.

Deel 4

Mo en Brian moesten snel een afweging maken: alsnog naar de waterkant of de arts te woord staan. Het werd de waterkant aan de voet van de watertoren. Het lijk hing tenslotte nog aan de trans van de toren, dus de arts kon sowieso de handen nog niet uit de mouwen steken. Voordat zij de polshoogte gingen nemen voor wat betreft het genaderde vaartuigje, vroegen zij Nick en Petra om iets te regelen waarmee vaartuigen op afstand van de watertoren gehouden konden worden. De dienst handhaving beschikt ook over een vaartuig, en zij werden via de alarmcentrale ingeschakeld om nieuwsgierige booteigenaren en andere belangstellenden te water op afstand te houden. De strook water tussen ‘de pier’ en de kade rechts van de watertoren zou door hun worden vrijgehouden van ramptoeristen.

Mo en Brian togen naar de waterkant. En klein vaartuigje deed inderdaad verwoede pogingen om aan te meren, hetgeen werd bemoeilijkt door de golfslag en deining van het water. “Hey”, riep Brian de opvarenden toe, “wie zijn jullie en wat zijn jullie van plan?”. “Nou, ik ben de fotograaf van een lokale papieren krant en kom even polshoogte nemen”, aldus de roodharige jongeman met een grote camera met dito lens om de nek. “Politieperskaart?” vroeg Mo. “Nee”, aldus de zelfbenoemde fotograaf. “Opbokken dan, je hebt hier niets te zoeken. Over een paar minuten is dit water sowieso niet meer toegankelijk voor jullie, dus je kunt beter gaan”. En ze gingen, met de staart tussen de benen.